Goed om te weten: Wil je je bij ons aanmelden? Dan vragen we je om voorafgaand aan het gesprek een actueel cv aan te leveren.
Leeractiviteiten voor een student bij Miradenture
Bij Miradenture ontwikkel je een breed scala aan praktische, sociale, administratieve en professionele vaardigheden.
1. Praktische hygiëne
-
Werken volgens hygiënische richtlijnen.
-
Schoon en ordelijk houden van de werk- en ontvangstruimte.
-
Hygiënisch omgaan met materialen en hulpmiddelen.
-
Signaleren van situaties die niet voldoen aan de hygiënevoorschriften.
-
Veilig en zorgvuldig werken.
-
Correct gebruik en onderhoud van materialen.
-
Bijdragen aan een prettige en veilige werkomgeving.
2. Administratieve werkzaamheden
-
Invoeren en verwerken van gegevens.
-
Werken met digitale systemen en programma’s.
-
Afspraken en gegevens correct verwerken.
-
Documenten ordenen en archiveren.
-
Eenvoudige administratieve taken zelfstandig uitvoeren.
-
Gegevens controleren op juistheid.
-
Omgaan met privacygevoelige en vertrouwelijke informatie.
-
Nauwkeurig en gestructureerd werken.
3. Telefonische communicatie
-
Op een professionele manier de telefoon opnemen.
-
Klanten en andere betrokkenen vriendelijk te woord staan.
-
Goed luisteren naar de vraag van de beller.
-
Informatie duidelijk en begrijpelijk geven.
-
Berichten correct aannemen en doorgeven.
-
Telefoongesprekken op een professionele manier afronden.
-
Omgaan met verschillende soorten vragen en reacties.
-
Weten wanneer een vraag moet worden doorverwezen naar een collega.
4. Pedagogische vaardigheden
-
Op een rustige en respectvolle manier omgaan met kinderen.
-
Aansluiten bij de behoeften en belevingswereld van een kind.
-
Kinderen op een positieve manier benaderen.
-
Observeren van gedrag en signaleren van bijzonderheden.
-
Grenzen op een passende manier aangeven.
-
Geduldig en begripvol reageren.
-
Rekening houden met verschillen tussen kinderen.
-
Een veilige en prettige sfeer helpen creëren.
5. Persoonlijke verzorging en ondersteuning
-
Aandacht hebben voor het welzijn van anderen.
-
Mensen op een respectvolle manier ondersteunen.
-
Rekening houden met persoonlijke wensen en behoeften.
-
Signaleren wanneer iemand extra ondersteuning nodig heeft.
-
Passend reageren op vragen of problemen.
-
Respectvol omgaan met persoonlijke grenzen.
6. Communicatieve vaardigheden
-
Duidelijk en vriendelijk communiceren.
-
Actief luisteren.
-
Open vragen stellen.
-
Doorvragen wanneer iets niet duidelijk is.
-
Non-verbale communicatie herkennen.
-
Professioneel omgaan met emoties en verschillende reacties.
-
Communiceren met klanten, collega’s en andere betrokkenen.
-
Feedback geven en ontvangen.
7. Samenwerken
-
Samenwerken met collega’s.
-
Afspraken maken en nakomen.
-
Hulp vragen wanneer dat nodig is.
-
Collega’s ondersteunen bij werkzaamheden.
-
Bijdragen aan een goede werksfeer.
-
Overleggen over werkzaamheden.
-
Verantwoordelijkheid nemen binnen het team.
8. Zelfstandig werken
-
Dagelijkse werkzaamheden zelfstandig uitvoeren.
-
Werkzaamheden plannen en organiseren.
-
Prioriteiten leren stellen.
-
Op tijd aangeven wanneer ondersteuning nodig is.
-
Verantwoordelijkheid nemen voor eigen taken.
-
Controleren of werkzaamheden goed zijn uitgevoerd.
-
Leren van gemaakte fouten.
9. Professioneel gedrag
-
Op tijd komen en afspraken nakomen.
-
Een professionele werkhouding ontwikkelen.
-
Verzorgd en passend voor de werkomgeving verschijnen.
-
Respectvol omgaan met klanten en collega’s.
-
Professionele grenzen herkennen en bewaken.
-
Discreet omgaan met informatie.
-
Werken volgens de regels en afspraken van de organisatie.
10. Privacy en vertrouwelijkheid
-
Bewust omgaan met persoonsgegevens.
-
Vertrouwelijke informatie niet met anderen delen.
-
Privacy van klanten respecteren.
-
Weten hoe om te gaan met gevoelige informatie.
-
Zorgvuldig omgaan met dossiers, documenten en digitale gegevens.
11. Klantgericht werken
-
Klanten vriendelijk ontvangen.
-
Gastvrij en behulpzaam zijn.
-
Rekening houden met de wensen van klanten.
-
Klanten op een respectvolle manier benaderen.
-
Vragen en opmerkingen serieus nemen.
-
Bij problemen rustig en professioneel reageren.
-
Een positieve bijdrage leveren aan de klantbeleving.
12. Observeren en signaleren
-
Goed kijken en luisteren naar wat er gebeurt.
-
Veranderingen in gedrag of situatie signaleren.
-
Bijzonderheden bespreken met een begeleider of collega.
-
Leren onderscheid maken tussen belangrijke en minder belangrijke signalen.
-
Observaties op een correcte manier doorgeven.
13. Veiligheid
-
Veilig werken volgens de geldende afspraken.
-
Risicovolle situaties herkennen.
-
Onveilige situaties melden.
-
Weten wat te doen bij een incident.
-
Zorgvuldig omgaan met apparatuur en materialen.
-
Bijdragen aan een veilige omgeving voor klanten, kinderen en collega’s.
14. Digitale vaardigheden
-
Werken met computer en telefoon.
-
Gegevens invoeren in digitale systemen.
-
Eenvoudige digitale administratie uitvoeren.
-
Professioneel omgaan met e-mail.
-
Digitale informatie opzoeken en verwerken.
-
Zorgvuldig omgaan met wachtwoorden en vertrouwelijke gegevens.
15. Reflecteren en ontwikkelen
-
Terugkijken op eigen werkzaamheden.
-
Benoemen wat goed ging en wat beter kan.
-
Feedback van de praktijkbegeleider verwerken.
-
Persoonlijke leerdoelen opstellen.
-
Nieuwe vaardigheden oefenen.
-
Steeds zelfstandiger leren werken.
-
Ontwikkelen van zelfvertrouwen in de beroepspraktijk.
Mogelijke stageopdrachten
De student kan tijdens de stage bijvoorbeeld oefenen met:
-
klanten ontvangen;
-
telefoon aannemen;
-
eenvoudige administratieve werkzaamheden;
-
afspraken verwerken;
-
documenten ordenen;
-
de ontvangstruimte netjes en hygiënisch houden;
-
ondersteunen bij dagelijkse werkzaamheden;
-
omgaan met kinderen en ouders;
-
observeren en rapporteren;
-
samenwerken met collega’s;
-
vragen van klanten aannemen en doorgeven;
-
werken met digitale systemen;
-
reflecteren op eigen handelen.
Op deze manier kan de student de kennis uit de opleiding vertalen naar praktische vaardigheden en zich ontwikkelen op het gebied van communicatie, hygiëne, administratie, begeleiding, klantgerichtheid en professioneel handelen.
Tandprothetische en tandtechnische leeractiviteiten
1. Kennismaken met tandprothetiek
De student kan:
- kennismaken met het beroep en de werkzaamheden van de tandprotheticus;
- inzicht krijgen in de verschillende soorten tandprothetische voorzieningen;
- kennismaken met volledige en gedeeltelijke gebitsprotheses;
- het verschil leren herkennen tussen een volledige en gedeeltelijke prothese;
- kennismaken met protheses op implantaten;
- inzicht krijgen in het traject van aanvraag, vervaardiging, plaatsing, controle en aflevering van een prothese;
- observeren hoe cliënten worden ontvangen, geïnformeerd en begeleid;
- leren waarom comfort, pasvorm, functie en esthetiek belangrijk zijn;
- kennismaken met de verschillende stappen tijdens een cliëntbehandeling;
- observeren hoe de tandprotheticus de mondsituatie en de bestaande prothese beoordeelt;
- inzicht krijgen in het belang van een goede samenwerking tussen tandprotheticus, tandtechnicus en andere betrokken zorgverleners;
- leren hoe wordt omgegaan met vragen, wensen en eventuele klachten van cliënten;
- herkennen welke werkzaamheden door de tandprotheticus worden uitgevoerd en welke werkzaamheden binnen het tandtechnisch laboratorium plaatsvinden.
2. Kennismaken met tandtechniek en leren uitvoeren
De student kan onder begeleiding kennismaken met en oefenen met eenvoudige tandtechnische werkzaamheden:
- kennismaken met de werkzaamheden binnen een tandtechnisch laboratorium;
- verschillende tandtechnische materialen en hulpmiddelen leren herkennen;
- materialen op de juiste manier klaarzetten, gebruiken en opruimen;
- eenvoudige voorbereidende werkzaamheden uitvoeren;
- onder begeleiding leren werken met verschillende tandtechnische materialen;
- eenvoudige afwerkings- en ondersteunende werkzaamheden uitvoeren;
- leren hoe een tandtechnisch werkstuk wordt voorbereid, vervaardigd en afgewerkt;
- verschillende onderdelen van een prothese leren herkennen;
- veilig leren omgaan met eenvoudige tandtechnische instrumenten, apparatuur en hulpmiddelen;
- werkstukken zorgvuldig reinigen en behandelen volgens de geldende instructies;
- eenvoudige werkzaamheden uitvoeren aan de hand van een werkopdracht;
- leren een werkopdracht op de juiste manier te lezen en te volgen;
- kennismaken met digitale tandtechniek en CAD/CAM;
- inzicht krijgen in het digitale productieproces;
- kennismaken met digitale scans, digitale ontwerpen en computergestuurde productie;
- leren waarom nauwkeurigheid en maatvoering belangrijk zijn bij tandtechnische werkzaamheden;
- leren controleren of een werkstuk voldoet aan de gegeven instructies;
- afwijkingen, beschadigingen of fouten signaleren en melden;
- verschillende werkzaamheden en verantwoordelijkheden van tandtechnici leren herkennen;
- zorgvuldig omgaan met werkstukken van cliënten;
- leren welke gevolgen fouten of onnauwkeurigheden kunnen hebben voor de pasvorm en bruikbaarheid van een prothese.
3. Hygiëne en infectiepreventie
De student kan:
- werken volgens de binnen de praktijk geldende hygiënevoorschriften;
- werk-, behandel- en laboratoriumruimtes schoon en ordelijk houden;
- hygiënisch omgaan met materialen, instrumenten en hulpmiddelen;
- gebruikte materialen en hulpmiddelen volgens de geldende procedure behandelen;
- uitleggen waarom hygiëne en infectiepreventie belangrijk zijn;
- ruimtes en werkplekken volgens de geldende richtlijnen reinigen;
- schone en gebruikte materialen van elkaar gescheiden houden;
- materialen en hulpmiddelen op de juiste plaats opbergen;
- situaties die niet voldoen aan de hygiëneafspraken herkennen, signaleren en melden;
- veilig omgaan met afval en gebruikte materialen;
- persoonlijke hygiëne toepassen tijdens de werkzaamheden;
- indien nodig de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken;
- voorkomen dat schone materialen onnodig worden besmet;
- instructies van de praktijkbegeleider rondom hygiëne en infectiepreventie opvolgen.
4. Ondersteunende werkzaamheden
De student kan:
- ruimtes voorbereiden voor werkzaamheden en behandelingen;
- materialen, instrumenten en hulpmiddelen klaarzetten;
- eenvoudige werkzaamheden uitvoeren ter ondersteuning van collega’s;
- werkplekken na gebruik opruimen en schoonmaken;
- materialen controleren en waar nodig aanvullen;
- controleren of een ruimte gereed is voor gebruik;
- werkstukken en materialen op de juiste plaats klaarzetten;
- werkzaamheden uitvoeren volgens instructies van de praktijkbegeleider;
- leren zelfstandig eenvoudige ondersteunende taken uit te voeren;
- zorgvuldig omgaan met apparatuur, instrumenten en materialen;
- tekorten, defecten of bijzonderheden tijdig signaleren en melden;
- bijdragen aan een ordelijke, veilige en efficiënte werkomgeving.
5. Cliëntgericht werken binnen de tandprothetiek
De student kan:
- cliënten gastvrij en professioneel ontvangen;
- cliënten op hun gemak proberen te stellen;
- rekening houden met spanning, onzekerheid, ongemak of emoties van cliënten;
- actief luisteren naar vragen, wensen en ervaringen van cliënten;
- op een rustige, duidelijke en respectvolle manier communiceren;
- rekening houden met persoonlijke omstandigheden en verschillen tussen cliënten;
- cliënten op een vriendelijke en professionele manier begeleiden;
- herkennen wanneer een inhoudelijke of medische vraag moet worden doorverwezen naar de tandprotheticus of een andere bevoegde zorgverlener;
- geen advies geven dat buiten de eigen kennis, verantwoordelijkheid of bevoegdheid valt;
- bijdragen aan een prettige en veilige cliëntbeleving;
- leren omgaan met verschillende typen cliënten;
- cliënten met respect behandelen en hun privacy bewaken;
- zorgvuldig omgaan met klachten of ontevredenheid;
- bijzonderheden tijdens het contact met een cliënt op de juiste manier doorgeven aan de praktijkbegeleider.
6. Administratie binnen de praktijk
De student kan:
- cliëntgegevens zorgvuldig verwerken;
- afspraken verwerken en controleren;
- werkopdrachten administratief verwerken;
- documenten ordenen en archiveren;
- gegevens invoeren in de gebruikte digitale systemen;
- eenvoudige administratieve werkzaamheden uitvoeren;
- ingevoerde gegevens controleren op juistheid en volledigheid;
- zorgvuldig omgaan met privacygevoelige en vertrouwelijke informatie;
- werken volgens de administratieve procedures van de praktijk;
- inzicht krijgen in de administratieve processen rondom tandprothetische werkzaamheden;
- werkopdrachten koppelen aan de juiste cliënt;
- leren welke informatie noodzakelijk is voor een correcte uitvoering van een werkopdracht;
- fouten of onduidelijkheden in gegevens signaleren en melden;
- vertrouwelijke informatie alleen delen met personen die daarvoor bevoegd zijn;
- zorgvuldig omgaan met papieren en digitale cliëntendossiers.
7. Telefonische communicatie
De student kan:
- de telefoon op een professionele manier opnemen;
- cliënten en andere betrokkenen vriendelijk en respectvol te woord staan;
- zichzelf en de praktijk op een passende manier presenteren;
- actief luisteren naar de vraag van de cliënt;
- eenvoudige algemene vragen beantwoorden binnen de eigen verantwoordelijkheid;
- informatie duidelijk en correct doorgeven;
- berichten volledig en correct aannemen en doorgeven;
- afspraken telefonisch verwerken volgens de geldende procedure;
- gegevens tijdens het telefoongesprek controleren wanneer dit noodzakelijk is;
- herkennen wanneer een gesprek moet worden doorverbonden naar een collega;
- herkennen wanneer een inhoudelijke vraag door een tandprotheticus of andere bevoegde medewerker moet worden beantwoord;
- professioneel omgaan met lastige, ontevreden of emotionele cliënten;
- rustig en respectvol blijven tijdens moeilijke gesprekken;
- geen toezeggingen doen die buiten de eigen verantwoordelijkheid vallen;
- zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie tijdens telefoongesprekken;
- belangrijke informatie uit een telefoongesprek correct registreren;
- bij twijfel hulp vragen aan de praktijkbegeleider of een collega.
8. Veilig en verantwoord werken
De student kan:
- werken volgens de veiligheidsregels van de praktijk en het laboratorium;
- instructies voor apparatuur, instrumenten en materialen opvolgen;
- persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier gebruiken wanneer dit nodig is;
- zorgvuldig omgaan met scherpe, warme, draaiende of andere risicovolle instrumenten en apparatuur;
- mogelijke onveilige situaties herkennen en melden;
- defecte apparatuur of hulpmiddelen niet zelfstandig blijven gebruiken maar dit melden;
- weten wat te doen bij een incident of ongeval;
- de werkplek zodanig organiseren dat veilig kan worden gewerkt;
- rekening houden met de eigen veiligheid en die van cliënten en collega’s;
- werkzaamheden alleen zelfstandig uitvoeren wanneer hiervoor toestemming is gegeven en de student voldoende is geïnstrueerd.
9. Samenwerken binnen de praktijk
De student kan:
- op een respectvolle en professionele manier samenwerken met collega’s;
- instructies van de praktijkbegeleider opvolgen;
- vragen stellen wanneer een opdracht niet duidelijk is;
- gemaakte afspraken nakomen;
- werkzaamheden afstemmen met collega’s;
- relevante informatie tijdig doorgeven;
- hulp vragen wanneer een taak de eigen kennis of vaardigheden overstijgt;
- feedback ontvangen en gebruiken om het eigen handelen te verbeteren;
- op een passende manier feedback geven;
- bijdragen aan een positieve en professionele werksfeer;
- verantwoordelijkheid nemen voor toegewezen werkzaamheden;
- rekening houden met de taken en verantwoordelijkheden van andere medewerkers.
10. Professionele houding en ontwikkeling
De student kan:
- op tijd en voorbereid aanwezig zijn;
- representatief en volgens de afspraken van de praktijk verschijnen;
- een professionele en respectvolle werkhouding tonen;
- zorgvuldig omgaan met cliënten, collega’s, materialen en eigendommen;
- verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen;
- eigen grenzen herkennen en aangeven;
- bij twijfel vragen stellen voordat een handeling wordt uitgevoerd;
- openstaan voor aanwijzingen en feedback;
- reflecteren op uitgevoerde werkzaamheden;
- benoemen wat goed ging en wat verder ontwikkeld kan worden;
- leerdoelen opstellen en bespreken met de praktijkbegeleider;
- initiatief tonen bij passende werkzaamheden;
- steeds zelfstandiger eenvoudige taken uitvoeren wanneer de praktijkbegeleider dit verantwoord vindt;
- gemaakte fouten of vergissingen eerlijk melden;
- vertrouwelijk omgaan met informatie die tijdens de stage of werkzaamheden wordt verkregen;
- zich houden aan de regels, procedures en afspraken van de praktijk.
11. Einddoel van de leeractiviteiten
Aan het einde van de leerperiode heeft de student een breed beeld gekregen van de werkzaamheden binnen een tandprothetische praktijk en het tandtechnisch laboratorium. De student heeft kennisgemaakt met het volledige proces rondom tandprothetische voorzieningen: van het eerste contact met de cliënt en de administratieve verwerking tot de tandtechnische vervaardiging, aflevering en nazorg.
De student kan eenvoudige ondersteunende, administratieve en tandtechnische werkzaamheden onder passende begeleiding zorgvuldig uitvoeren. Daarbij werkt de student hygiënisch, veilig, cliëntgericht en volgens de instructies en procedures van de praktijk.
De student begrijpt daarnaast de eigen rol en grenzen en weet wanneer werkzaamheden zelfstandig kunnen worden uitgevoerd en wanneer begeleiding, controle of doorverwijzing naar een tandprotheticus, tandtechnicus of andere bevoegde professional noodzakelijk is.
