Implantologie

Implantologie

 

De implantoloog heeft zich na zijn tandartsopleiding gespecialiseerd in het aanbrengen van implantaten.

Onze Implantoloog is Lid :

Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie ( NVOI )

De Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde ( NMT )

 Ingeschreven  in het Kwaliteitsregister Tandartsen, ( KRT )


Een natuurlijke tand of kies bestaat uit een kroon en een wortel. De kroon is het gedeelte boven het tandvlees. De wortel zit in de kaak, dus onder het tandvlees. Een implantaat is een kunstwortel, die gemaakt is van metaal en/of keramisch materiaal. Deze materialen worden door het kaakbot en het omliggende tandvlees geaccepteerd. Het implantaat wordt in het kaakbot aangebracht en zodra het stevig is vastgegroeid, kan hierop een kroon, een brug of een ‘kliksysteem’  of  steg ' schuif systeem;'' voor eenkunstgebit worden aangebracht. Een implantaat is een kunstwortel die in èèn keer(1fase) of twee keer(2fasen) als schroef in de kaak wordt geplaatst.

Deze komt op de plaats waar vroeger uw tanden en kiezen stonden bij 2 fasen moet men na 3 maanden nog terug naar implantoloog om volgende deel operatief te laten plaatsen.
Meestal wordt niet voor iedere tand een implantaat geplaats; om een kunstgebit goed te kunnen dragen zijn twee tot vier implantaten voldoende.
Een implantaat wordt vaak geplaatst als u over het functioneren van een ``normale`` gebitsprothese niet tevreden bent of uw gebitselementen mist en klachten blijft houden.
Bij langdurig dragen van een gebitsprothese blijft met name de onderkaak slinken. De gebitsprothese schuift over het tandvlees met daaronder het kaakbot.
Na de beoordeling , zal de tandprotheticus u doorverwijzen naar een implantoloog en na het implanteren gaat de tandprotheticus u helpen met het vervaardigen van een gebitsprothese op de implantaten.
Er bestaan verschillende verankeringsystemen. De twee meest toegepaste zijn een systemen met drukknoppen of met een stegsysteem``staafje tussen implantaten``.

veel gestelde vragen:

1. Hoe gaat de behandeling verlopen ?
Na onderzoek door uw tandarts of door een kaakchirurg wordt er vastgesteld welke implantaten het beste bij u passen.De complete behandeling zoals planning van tijd en de eventuele kosten worden met u besproken. Hierna worden implantaten geplaatst.Aangezien de plek van de implantaten rust vereist, is er een genezings periode van 3-6 maanden. Na deze periode worden kronen, bruggen of prothese gemaakt.Na de behandeling wordt alles nagekeken op een normale basis.

2. Doet de behandeling pijn ?
Voordat de implantaten bevestigd worden, krijgt u een plaatselijke verdoving, net zoals u normaal van uw tandarts krijgt.Dat voelt u nauwelijks tijdens de behandeling. Er is kans op pijn na de behandeling maar die is normaal gesproken dragelijk.
Soms wordt de kaak of lip opgezet na een paar dagen.

3. Kan ik naar mijn werk gaan ?

Dit ligt aan de verschillende factoren. Bijvoorbeeld het aantal van de geplaatste implantaten en wat voor werk zij doen.
Normaal gesproken kunt u na twee dagen weer aan het werk. Maar u moet rustig aan doen.

4. Hoe succesvol is de behandeling ?

Onderzocht is dat na de 1e fase 98% van de implantaten geintegreerd zijn met het bot. Na 3 jaar is 95% aangepast.In het geval dat u een implantaat verliest, wordt het gat in uw bot automatisch hersteld er wordt nieuwe botstructuur aangemaakt.Na 3 maanden kan er een nieuw implantaat op dezelfde plek geplaatst worden. Als u uw tanden schoon houdt, kunt u levenlang van uwimplantaten genieten.

Kosten 
Wat u moet betalen voor de behandeling is afhankelijk van de mogelijkheden,  de omvang van de werkzaamheden en van uw ziektekostenverzekering. B.V voor een volledige prothese op implanaten betaald u 125 euro per kaak". Er is geen extra tandsrts verzekering voor nodig! " geldig voor het jaar 2011 en 2012" 

 

Merkproducten

            

 

Het behandelplan


Op deze pagina vindt u informatie over hoe een behandeling doorgaans verloopt. Er wordt naar gestreefd om u altijd zo snel mogelijk een eerste afspraak te geven, bij voorkeur binnen twee weken. Afhankelijk van de gecompliceerdheid kan de duur van de hele behandeling variëren van anderhalve maand tot meer dan anderhalf jaar.

In het tijdspad van de behandeling worden globaal de volgende stappen doorlopen:

Informatie consult
U krijgt vóór het eerste bezoek informatie over implantaten thuis gestuurd. U ontvangt tevens een gezondheidsvragenlijst die u van tevoren in kunt vullen. Wij vragen u ook om bij uw eerste bezoek uw verzekeringspas mee te nemen en te controleren of wij uw gegevens correct hebben ingevoerd.

Tijdens het eerste consult (informatieconsult) zal aan de hand van de ingevulde vragenlijst uw algemene lichamelijke conditie worden besproken. Door middel van mondonderzoek en röntgenfoto’s wordt de toestand van uw gebit beoordeeld, om zo een oplossing voor uw specifieke gebitsprobleem te vinden.

Vaak kan meteen een definitief behandelplan worden opgesteld, maar soms zijn er meerdere mogelijkheden waarvan een oplossing met implantaten er één kan zijn. We kiezen dan samen met u voor één of meerdere mogelijkheden waarbij wij u zo volledig mogelijk over het te verwachten behandelresultaat zullen informeren.

Er worden één of meerdere behandelplannen opgesteld en met de bijbehorende gespecificeerde begrotingen naar u opgestuurd zodat u thuis in alle rust uw definitieve keuze kunt maken. Tevens ontvangt uw eigen (tand-)arts een verslag van de bevindingen en het (voorlopige) behandelplan.

Opstellen van het behandelplan
In de volgende afspraak wordt het definitieve behandelplan vastgesteld. De behandeling wordt pas daadwerkelijk begonnen als alles volledig duidelijk is en u geheel akkoord bent.

In sommige gevallen moeten er een aantal voorbereidende behandelingen worden uitgevoerd alvorens met de feitelijke implantologische behandeling kan worden begonnen. Deze voorbereidingen kunnen betrekking hebben op het niveau van de mondhygiëne, de conditie van het tandvlees en op de staat van bestaande vullingen en/of kronen. Soms moeten eerst één of meerdere tanden of kiezen worden verwijderd.

Verder worden de noodzakelijke recepten verstrekt en, indien nodig, afdrukken van het gebit genomen. Meestal betreffen deze recepten een antibioticum om tijdens de behandeling extra bescherming te bieden tegen eventuele infectie, alsmede een desinfecterend spoelmiddel en een pijnstiller. Desgewenst kan ook een kalmerend middel worden voorgeschreven en eventueel een middel tegen zwelling.

Afhankelijk van de vorm van de kaakwal en de hoeveelheid beschikbaar bot zijn er globaal drie mogelijke uitgangssituaties voor de behandeling:

  • a. Er is voldoende bot aanwezig in de kaakwal en er kan direct worden geïmplanteerd.
  • b. Er is onvoldoende bot aanwezig zodat er een bot-toevoegende ingreep moet worden uitgevoerd, maar de implantaten kunnen wel gelijktijdig worden geplaatst.
  • c. Er is zo weinig bot aanwezig dat er eerst een aparte bot-toevoegende ingreep moet worden uitgevoerd en de implantaten pas 6 à 9 maanden later kunnen worden geplaatst.

Afhankelijk van uw uitgangssituatie wordt een afspraak gemaakt voor het herstel van de kaakwal (indien nodig) en/of het feitelijke plaatsen van de implantaten.

Herstel van de kaakwal ( indien nodig)
Het komt nogal eens voor dat er te weinig bot is om zonder meer een implantaat te kunnen plaatsen. In dat geval moet er eerst nieuw bot worden “gemaakt”.  Hiervoor bestaan verschillende technieken die vaak gecombineerd worden toegepast:

  • het aanbrengen van kunstbot
  • het transplanteren van eigen bot (soms in samenwerking met een kaakchirurg)

Plaatsen van de implantaten
Onder lokale verdoving wordt eerst een luikje in het tandvlees gemaakt en geopend. Daarna wordt in het onderliggende bot heel nauwkeurig een gat (het zgn. “implantaatbed”) geprepareerd waar vervolgens een schroefvormig titanium implantaat wordt ingebracht. Meestal wordt het tandvlees weer terug gelegd en gehecht.

Het implantaat ligt nu onder het tandvlees, zodat het bot in alle rust er tegenaan kan groeien. Er volgt dan een periode van inheling (osseointegratie) die kan variëren van enkele weken tot soms meer dan drie maanden. Na 1 tot 2 weken volgt de controleafspraak. Hier wordt de wondgenezing beoordeeld en worden de hechtingen verwijderd.

Vervaardigen van de suprastructuur ( Brug, Kroon, Prothese )
Na de periode van heling wordt het implantaat weer opgezocht en vrijgelegd en wordt er een suprastructuur op geplaatst. Dit kan een enkele kroon zijn, een (vaste) brug of een (uitneembare) prothese.

Het maken van de suprastructuur wordt in drie tot zes zittingen uitgevoerd. Het is ook mogelijk dat uw eigen tandarts de suprastructuur vervaardigt. De tijdsduur tussen het plaatsen van de implantaten en deze vervolgbehandelingen kan variëren van minder dan 6 weken tot meer dan 6 maanden. Dit is afhankelijk van verschillende factoren zoals:

  • de hardheid van het kaakbot (in de onderkaak is het bot vaak harder dan in de bovenkaak)
  • de afmeting van de gebruikte implantaten
  • het al of niet toepassen van bot-toevoegende technieken

Soms is het mogelijk een implantaat zo te plaatsen dat het al direct door het tandvlees heen steekt en niet bij de volgende afspraak hoeft te worden vrijgelegd (éénfase). Een enkele keer zit het implantaat meteen al zo stevig dat er al direct of binnen een paar dagen een voorlopige of definitieve constructie op kan worden bevestigd.

Regelmatige controle
Als de behandeling is voltooid worden controlefoto’s gemaakt en neemt uw eigen tandarts de zorg over.

Na een jaar wordt u bij ons opgeroepen voor controle van de implantaten, waarbij ook weer een röntgenfoto zal worden gemaakt. Weer twee jaar later wordt er wederom een controle uitgevoerd. Afhankelijk van de bevindingen wordt bepaald in hoeverre controle in de toekomst nodig is. Implantologie Amsterdam blijft verantwoordelijk voor de door de kliniek uitgevoerde behandelingen.

 

Extra Info Implantaten 

Wat is een implantaat?

Een implantaat lijkt op een titanium schroefje en is te vergelijken met een kunstwortel, welke op de plaats gezet kan worden van de wortel van de tand of kies die in uw gebit verloren is gegaan.

Dit titanium is heel biocompatibel, dat wil zeggen dat het lichaam het niet afstoot, waardoor het bot er direct tegen aan kan groeien. Dit proces wordt osseointegratie genoemd. Van veel implantaten is het titanium oppervlak ruwer gemaakt, wat de botgroei rondom het implantaat versnelt en waardoor deze na de inheling ook vaster in het bot zal zitten. Tegenwoordig helen de implantaten in +/- 98% van de gevallen succesvol in, bij o.a. botherstel operaties, rokers en diabeten liggen deze percentages mogelijk wat lager. Uit onderzoek blijkt nu dat de tienjaarsoverleving van implantaten tussen de 90 en 95% ligt.

implantaat_diameters

Implantaten zijn in verschillende doorsneden en lengten verkrijgbaar.
De lengte en doorsnede van het implantaat zal gekozen worden aan de hand van de hoeveelheid beschikbaar bot, maar tevens zal de implantoloog de diameter laten afhangen van het te vervangen gebitselement. Een ondersnijtand zal met een smal implantaat vervangen moeten worden en een kies zal idealiter met een breder implantaat vervangen worden. Mocht de breedte van de kaakwal niet voldoende zijn dan bestaan er nog mogelijkheden om deze te verbreden. Over het algemeen hebben de implantaten een doorsnede tussen de 3 en 6 mm en de lengten variëren ongeveer tussen de 6 en 16 mm.

Waar kunnen implantaten voor gebruikt worden?

Implantaten kunnen in zeer veel situaties bij gebitsproblemen worden toegepast, variërend van steunpunt voor een beugel tot een drukknop onder een kunstgebit. Hieronder een aantal veel voorkomende situaties:

Enkeltandsvervanging

kroon_op_implantaatkroon_op_implantaat-1

Wanneer één tand of kies ontbreekt, kan op deze plek een implantaat in het bot worden geplaatst waarna op het implantaat een kroon kan worden geschroefd of vastgelijmd. Hierdoor wordt het ontbrekende gebitselement vervangen zonder dat aan de aangrenzende tanden of kiezen geboord hoeft te worden.

Een brug op implantaten

implantatenbrug_op_implantaten

In dit geval ontbreken meerdere gebitselementen. Om een niet uitneembare en dus vaste vervanging te maken zijn in dit geval twee implantaten geplaatst, waarover heen een vier-delige brug is vastgelijmd.

Het is niet altijd nodig om voor elk ontbrekend gebitselement een implantaat te plaatsen; bijvoorbeeld een drie-delige brug kan soms bijvoorbeeld ook op twee of op drie implantaten geplaatst worden, de behandelend tandarts-implantoloog kan dit in uw individuele situatie beoordelen.

Verankering voor een klikgebit (overkappingsprothese)

klikgebit_op_drukknoppen1

klikgebit_op_een_steg_of_staaf

 

 

 

 

 

klikgebit_op_drukknoppen  

 klikgebit_op_een_steg_of_staaf-1

Een kunstgebit dat vastklikt op implantaten wordt een klikgebit of overkappingsprothese genoemd. In de (onder)kaak worden over het algemeen twee of vier implantaten geplaatst. Op deze implantaten kunnen drukknopjes, zie afbeeldingen links of een steg (staaf-huls) constructie geplaatst worden, zie afbeeldingen rechts.

Een klikgebit zit stevig vast maar kan ook worden uitgenomen voor reiniging. Doordat een klikgebit veel minder beweegt komt er nauwelijks voedsel onder de protheserand en bovendien blijkt ook uit onderzoek dat prothesedragers beter kunnen kauwen.

1

In de overkappingsprothese is ruimte gemaakt en er bevinden zich hulzen die om de staaf heen klikken. Hierdoor kan de prothese afsteunen op de implantaten en zal deze veel beter op zijn plaats blijven zitten.

Wanneer kunnen implantaten geplaatst worden?

Wanneer bij iemand het kaakbot uitgegroeid is (ongeveer vanaf 18-25 jaar, afhankelijk van geslacht en locatie) kunnen in principe implantaten geplaatst worden. Er zijn echter meer voorwaarden waaraan voldaan moet worden:

Is er voldoende (gezond) kaakbot?

Wanneer een tand of kies wordt getrokken, zal het kaakbot gaan slinken. De kaak wordt smaller, maar ook lager. Implantaten moeten mede afhankelijk van de botkwaliteit en de hoeveelheid krachten die ze te verduren gaan krijgen, een minimale lengte hebben. De bothoogte is afhankelijk van de grootte van de kaak maar andere zaken zoals o.a. zenuwen of kaakbijholtes kunnen de hoogte ook beperken. In het geval van te weinig hoogte t.p.v. een kaakbijholte kan er nog een procedure worden uitgevoerd waarbij de kaakbijholte wordt opgevuld met bot (sinus-lift)

Het schroefdeel van het implantaat moet volledig in het kaakbot geplaatst worden en in geslonken kaken kan dat niet altijd. De kaak is dan meestal aan de wangzijde te smal geworden waardoor het implantaat daar niet volledig bedekt is met bot. De implantoloog kan dan (ook tegelijkertijd) een botherstel operatie uitvoeren om dit op te lossen (Guided Bone Regeneration ).

Botherstel procedure - Guided Bone Regeneration

implantaat_met_botopbouw

In de bovenste afbeelding is te zien dat een deel van de schroef van het implantaat aan de linkerkant niet bedekt is met bot. Na het plaatsen van het implantaat zal de implantoloog het gebied waar te weinig bot is opvullen en bedekken met een soort van 'velletje', wat een membraan wordt genoemd. Het membraan schermt het nieuw te vormen bot af voor voor de sneller delende bindweefselcellen van het tandvlees. Het materiaal onder het membraan kan o.a. lichaamseigen bot zijn, maar ook donorbot, kunstbot of runderbot. Naar gelang de situatie en de hoeveelheid benodigd bot, zal er één van of een combinatie van de eerder genoemde materialen gebruikt worden. Deze techniek wordt Guided Bone Regeneration genoemd (GBR).

2

In de bovenstaande afbeelding is na het plaatsen van het implantaat een gedeelte niet bedekt door bot. Het botdefect wordt opgevuld met (kunst)bot en bedekt met een membraan. Hoewel niet afgebeeld, zal het tandvlees hier weer overheen gehecht worden en zal het lichaam over het algemeen drie tot zes maanden nodig hebben om voldoende nieuw bot te vormen.

Is het tandvlees rondom de overige tanden en kiezen gezond?

Ontsteking van het tandvlees, parodontitis genaamd, zal eerst behandeld moeten worden voordat implantaten geplaatst kunnen worden. De bacteriën die deze tandvleesontsteking veroorzaken kunnen namelijk ook de weefsels rondom de implantaten infecteren en daardoor ontsteking en botverlies veroorzaken.

Is de lichamelijke gesteldheid voldoende?

Ziekten of medicijnen die een negatieve invloed hebben op de afweer kunnen een reden zijn om niet te implanteren.
Mensen die een hart- of herseninfarct hebben gehad, slikken vaak bloedverdunners; tijdens het zetten van de implantaten zal dit tijdelijk gestopt moeten worden, in overleg met de arts of trombosedienst is dit over het algemeen geen probleem.
Om het tandvlees rondom de implantaten gezond te houden moeten ze goed gepoetst worden, indien de verwachting is, dat dit door de lichamelijke of geestelijke gesteldheid niet goed mogelijk is, zal ook van de ingreep afgezien kunnen worden.
Er zijn ook factoren die de kans op succes wat kleiner maken zoals o.a. roken en suikerziekte. In overleg met de patiënt kan de ingreep wel uitgevoerd worden, maar is men zich wel bewust van het lagere slagingspercentage.

Hoe wordt de behandeling uitgevoerd?

De behandeling bestaat uit een aantal fases. Allereerst zal worden begonnen met het onderzoek en bespreken van het mogelijke behandelplan, in de volgende fase kunnen de implantaten operatief worden ingebracht. Indien noodzakelijk zal na het vastgroeien een tweede ingreep volgen om het implantaat ‘boven het tandvlees’ te halen (tweede fase ingreep). In de laatste fase wordt de constructie, bijv. een kroon of brug op de implantaten, gemaakt.

Onderzoek

planning_op_opg
Orthopantomogram (OPG)

implantaat_planning_op_ct_scan_
3D Planning op CT-scan

 

Röntgenopnames spelen een belangrijke rol bij de planning van de ingreep. Op een panorama röntgenfoto (OPG) kan de implantoloog goed de afstand tot anatomische structuren zoals een belangrijke zenuw in de onderkaak of de kaakbijholte in de bovenkaak, inschatten. In moeilijkere gevallen kunnen er meer opnames worden gemaakt zoals een CT-scan, waarbij het zelfs mogelijk is m.b.v. de computer de positie van de implantaten driedimensionaal te plannen.

De breedte van de kaakwal is op de normale (twee-dimensionale) röntgenfoto's niet goed in te schatten, hiervoor zullen soms de eerder genoemde driedimensionale opnames gemaakt moeten worden (tomogram/CT-scan). Gelukkig kan de implantoloog door de kaakwal in de mond te onderzoeken vaak ook voldoende informatie verkrijgen. In sommige gevallen kan met een naaldje tot aan de benige kaakwal geprikt worden om de breedte van het bot onder het tandvlees te beoordelen, dit wordt ridge-mapping genoemd.

Door de mond te onderzoeken kan o.a. dus een inschatting worden gemaakt van de breedte van de kaakwal, maar ook van bijv. de manier waarop de tanden en kiezen op elkaar bijten. Soms worden er afdrukken genomen zodat de tandtechnieker een proefopstelling kan maken en/of een boormal.

De lichamelijke gezondheid wordt met de patiënt doorgenomen en een behandelvoorstel met de eventueel mogelijke complicaties besproken en/of later schriftelijk toegestuurd.

Inbrengen van de implantaten

Het gebied waar de implantaten geplaatst zullen worden, wordt plaatselijk verdoofd met de ‘normale’ tandartsverdoving. In uitzonderingsgevallen waar de implantaten tegelijkertijd met bijv. heupbot worden aangebracht zal de operatie onder narcose bij de kaakchirurg gedaan worden.

3

Het tandvlees wordt op de plek waar het implantaat komt, losgemaakt en opgeklapt, waardoor het kaakbot zichtbaar wordt. Vervolgens wordt een gaatje in het kaakbot geboord. De eerste boor, die gebruikt wordt is smal, de volgende boor is echter iets breder, dit wordt herhaald totdat het boorgat breed genoeg is om het implantaat erin te draaien. De boren worden gekoeld met steriel infuusvloeistof wat een beetje zout smaakt.
Het tandvlees wordt met behulp van hechtingen weer gesloten, mochten meer implantaten worden aangebracht dan zullen deze bijna altijd tijdens dezelfde behandeling worden ingebracht.

Een implantaat kan na de operatie door het tandvlees heen steken, wat een 1-fase inheling wordt genoemd of volledig door het tandvlees bedekt zijn, wat een 2-fase inheling wordt genoemd.

4Bij een 1-fase inheling hoeft het tandvlees niet nogmaals opengemaakt te worden en kan na inhelingsfase direct een afdruk genomen worden van het implantaat.

Bij een 2-fase inheling wordt na het maken van een klein sneetje het implantaat opgezocht en daarop een ‘dopje’ (healing abutment) geschroefd dat boven het tandvlees uitsteekt. Deze tweede operatie is vaak een kleine ingreep, welke weinig nabezwaren geeft.


De keuze van een 1-fase of 2 fase inheling is mede afhankelijk van het gebruikte implantaatsysteem, maar andere omstandigheden, zoals o.a. een botherstel operatie, slechte botkwaliteit of een implantaat in een cosmetisch gebied, kunnen redenen zijn om voor een 2-fase inheling te kiezen. Welke aanpak voor uw specifieke situatie de beste is, zal uw implantoloog met u overleggen.

De nabezwaren van de implantaatoperatie kunnen van persoon tot persoon wisselend zijn. Het plaatsen van een implantaat in een gebied met voldoende bot en tandvlees zal over het algemeen niet veel klachten veroorzaken, uitgebreidere ingrepen zouden enkele dagen klachten kunnen geven. Bot zelf bevat weinig zenuwen, de mogelijke pijn is dus voornamelijk afkomstig van het omgevende tandvlees/ weke delen. De voorgeschreven pijnstillers zullen helpen de pijn te bestrijden, in veel gevallen is tevens een mondspoelmiddel en een antibioticum verstrekt.
Mochten de implantaten onder een kunstgebit zijn geplaatst dan kan het tandvlees 1 tot 2 weken gevoelig zijn. Het is dan ook aan te raden om in die periode zacht voedsel te eten en het kunstgebit alleen te dragen als het noodzakelijk is.

De inhelingsfase

Het bot heeft een bepaalde tijd nodig om tegen het oppervlak van het implantaat aan te groeien, waardoor deze voldoende vast zal gaan zitten zodat er een bijv. een kroon of een drukknopje voor een kunstgebit opgezet kan worden. De meest gebruikte inhelingstijd bedraagt drie maanden. In de bovenkaak met name bij een slechte botkwaliteit en in het geval van een botherstelprocedure is de inhelingsfase langer. Tegenwoordig o.a. door verbetering van de implantaatoppervlakken propageren enkele systemen inhelingstijden (in ideale omstandigheden!!!) van zes tot acht weken. Zelfs het direct belasten van het implantaat is tegenwoordig mogelijk. Dit wordt soms gedaan bij voortanden wanneer behoud van de vorm van het tandvlees erg belangrijk is, maar een gefaseerde aanpak in deze gevallen is ook een goed alternatief. Meerdere implantaten in het geval van een tandeloze onderkaak blijken succesvol direct belast te kunnen worden.

De restauratiefase

Nadat het implantaat tijdens de inhelingsfase stevig in het bot is vastgegroeid, kan er een afdruk van genomen worden.

5Op het implantaat worden afdrukstiften gezet die meekomen in de afdruk. Uiteindelijk maakt de tandtechnieker hier een gipsen model van waar nauwkeurig de positie van de implantaten in is overgebracht.

Op het gipsmodel wordt de kroon, brug of kunstgebit gemaakt, waarna het werk in de mond kan worden geplaatst.

Klik hier voor uitgebreide informatie over het maken van een implantaatkroon!

 

 

 

Voor een kroon of een brug wordt er vaak een opbouw op het implantaat vastgedraaid, deze opbouw wordt een abutment genoemd. De uiteindelijke kroon zal als een soort van dopje over het abutment heen worden vastgelijmd. Het is ook mogelijk dat uw tandarts de kroon als geheel vastschroefd aan het implantaat. Hieronder vindt u een animatie waarin een kroon wordt vastgelijmd op een abutment wat vastgeschroefd is in een implantaat.

 

Een kroon of brug kan over het algemeen binnen twee tot drie weken na de eerste afdruk geplaatst worden; de vervaardiging van een kunstgebit (overkappingsprothese) duurt langer, ongeveer vier tot zeven weken.
Tijdens de nazorg-fase zal het implantaat over het algemeen om het halfjaar gecontroleerd moeten worden door een tandarts. Uiteraard is het belangrijk dat het implantaat goed gepoetst en schoongemaakt wordt.

 

Let op! 

Uw gebit bepaalt uw uiterlijk

Het gebit blijft een onderwerp dat constant bekeken en besproken wordt. Allereerst komt dit omdat het gebit behoort bij het uiterlijk van de mens. Een goed gebit zorgt er al voor dat het uiterlijk van iemand als positief wordt ervaren. Dit heeft vaak ook een positief effect op de opvatting die mensen van een persoon hebben. Een slecht gebit kan ervoor zorgen dat mensen zelfs een negatief vooroordeel over een persoon vormen.

Uw gebit kan een bron zijn van irritaties

Het gebit wordt ook belangrijk als het niet goed functioneert, bijvoorbeeld als kauwen of bijten niet meer probleem- en pijnloos gaat. Deze irritaties kunnen ontstaan als er gaatjes in het gebit zijn of als er tanden afgebroken zijn of ontbreken.

Implantaten als oplossing voor uw gebit

implantaatDe oplossing voor uiterlijke problemen of irritaties met het gebit kunnen implantaten zijn. Om de problemen te verhelpen moeten kunsttanden zoals een kroon, brug of overkappingsprothese geplaatst worden, op een solide basis. Dit kan een beslepen tand zijn, die afgebroken was en daarom vervangen moest worden, maar het kan ook een implantaat zijn. Een implantaat is een kunstwortel die in het kaakbot geschroefd wordt. Het implantaat zal de functionaliteiten van een natuurlijke wortel overnemen en vormt zo een solide basis voor kroonbrug of overkappingsprothese.

 

 

Een implantaat kunt u het beste vergelijken met een kunstwortel. Een implantaat vervangt een  afwezige tandwortel en wordt als een schroef in de kaak gebracht. Implantaten worden gemaakt van een lichaamsvriendelijk materiaal zoals titanium. Soms zijn ze voorzien van een keramische laag. Het implantaat biedt houvast voor een kroon, brug of overkappingsprothese.

Wanneer is een behandeling met implantaten mogelijk? 
In principe kan bij iedereen met volgroeid kaakbot (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Voor een succesvolle behandeling moet u wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • U moet voldoende kaakbot hebben voor de verankering van de implantaten.
  • Uw kaakbot moet gezond zijn. Het tandvlees van de resterende tanden moet gezond zijn. Is dat niet het geval dan wordt dit eerst behandeld.
  • U moet bereid zijn de aangebrachte voorzieningen goed te onderhouden.

NB. Roken en bovenmatig alcoholgebruik hebben een zeer nadelige invloed op het succes van de behandeling. De tandarts, implantoloog beoordeelt aan de hand van een CT-scan of u voldoende kaakbot heeft en of het gezond is. Tegenwoordig is het mogelijk nieuw kaakbot te laten ontstaan op plaatsen waar er te weinig van is.

Mondhygiëne bij implantaten 
Een implantaat onder een kroon of brug zit verankerd in het bot. Het is erg belangrijk dat u de overgang van de kroon of brug naar het tandvlees goed schoonmaakt. Poets dit gebied zorgvuldig met een zachte tandenborstel en gebruik tandenstokers, ragers en/of flossdraad. Bij een slechte mondhygiëne kunt u uw implantaat verliezen.

Implantaten die als pijlers dienen onder een overkappingsprothese maakt u schoon met een zachte tandenborstel, ragers en/of (super)flossdraad. Poets tweemaal per dag het deel van het implantaat dat boven het tandvlees uitsteekt. Besteed extra aandacht aan de overgang van het implantaat naar het tandvlees. Reinig de ruimte onder de spalk met ragers en/of superfloss op aanwijzing van uw tandarts of mondhygiënist. Als u voedselresten en plak rond de implantaten niet weghaalt, gaat het tandvlees ontsteken. Daardoor verliezen ze op den duur hun houvast, gaan ze los staan en kunnen ze pijn veroorzaken.

Nazorg 
Een goede dagelijkse mondhygiëne en regelmatige controle door de tandarts zijn noodzakelijk nadat uw implantaat is geplaatst. De tandarts of kaakchirurg geeft aan wanneer hij u wil terugzien voor controle. De tandarts besteedt bij de controle aandacht aan: 

  • De gezondheid van uw tandvlees.
  • De situatie van het kaakbot rondom uw implantaten.
  • Slijtage van de kroon, brug of prothese.

Kosten 
Wat u moet betalen voor de behandeling is afhankelijk van de mogelijkheden,  de omvang van de werkzaamheden en van uw ziektekostenverzekering. B.V in jaar 2011/2012 voor een volledige prothese op implanaten betaald u 125 euro per kaak". Er is geen extra tandsrts verzekering voor nodig! 

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Afspraak 
Wilt u weten wat de mogelijkheden zijn voor uw gebit? 
U kunt bellen voor een vrijblijvend afspraak 0341 495949 

 

 

Over ons HKZ Keurmerk

Het HKZ Keurmerk staat voor Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector; een keurmerk dat een basisgarantie biedt voor de kwaliteit van de dienstverlening van een zorgverlener. HKZ vertegenwoordigt binnen de gezondheidszorg het hoogst haalbare kwaliteitsniveau.
certificatie schema versie 2001 , uitgegeven door de stichting HKZ
Om dit certificaat te verdienen moest er een uitgebreid traject worden doorlopen. Mirabediny was na een intensief proces in 2009 zover dat we het certificaat in ontvangst mochten nemen.